HET KLEINE CAFE AAN DE HAVEN Vader Abraham WB Pierre Cartner De [Gm]avondzon valt over straten en pleinen de gouden zon zakt in de [D7]stad. En mensen die nu in hun huizen verdwijnen ze hebben de dag weer ge[Gm]had. De neonreclame die kabbelt langs ramen en motregen zachtjes op [Cm]straat De stad lijkt gestorven, toch [Gm]klinkt er muziek uit een [D7]deur die nog wijd open [G]staat Chorus Daar in dat [G]kleine cafe aan de haven daar zijn de mensen gelijk en te[D]vree Daar in dat [C]kleine cafe aan de [G]haven daar telt je [D7]geld of wie je bent, niet meer [Gm]mee De [Gm]toog is van koper toch ligt er geen loper de voetbalclub hangt aan de [D7]muur. De trekkast die maakt meer lawaai dan de juke-box een pilsje dat is er niet [Gm]duur. Een mens is daar mens, rijk of arm - 't is daar warm geen monsieur of madam maar wee[Cm]cee. Maar het glas is gespoeld in het [Gm]helderste water ja 't [D7]is daar een heel goed [G]café. Chorus Daar in dat [G]kleine cafe aan de haven daar zijn de mensen gelijk en te[D]vree Daar in dat [C]kleine cafe aan de [G]haven daar telt je [D7]geld of wie je bent, niet meer [Gm]mee De [Gm]wereldproblemen die zijn tussen twee glazen bier opgelost voor al[D7]tijd. Op de rand van een bierviltje staat daar je rekening of dat je staat in het [Gm]krijt. Het enigste wat je aan eten kunt krijgen dat is daar een hardgekookt [Cm]ei. De mensen die zijn daar ge[Gm]lukkig gewoon ja de [D7]mensen die zijn daar nog [G]rijk. Chorus Daar in dat [G]kleine cafe aan de haven daar zijn de mensen gelijk en te[D]vree Daar in dat [C]kleine cafe aan de [G]haven daar telt je [D7]geld of wie je bent, niet meer [G]mee