Tol Hansen - Big City

Submitted by a3b on Woe, 2008-05-07 09:24.

Afdrukken | Meer songs van Tol Hansen

Informeer de community:
Beoordeel de kwaliteit van de partituur en geef een score!
0
No votes yet
Titel: Big City 
Artiest: Tol Hansen
Album: 

Big City - Tol Hansen C, F, G

Couplet:
C
Waar ter wereld ik ook kwam, nimmer trof ik zo'n bende,
          F
als in 't oude Amsterdam, 
      C                      G                     C
welgelegen aan het IJ, leven zij daar vrij en blij.
C
Ronkend in gepoetste blikkies, vreemde vogels met hun stickies, 
        F
uit hun monden wolken rook, als liepen zij op oliestook,
       C                G                                   C
speedy kauwend, vette tanden, geen parkeerplaats meer voor handen.
C
En dan sta je op de stoep, glijend door de hondenpoep, 
       F
ja het is daar druk genoeg, op de straat en in de kroeg, 
            C                            G                C
waar Bolle Jan zijn biertje hijst en de jukebox vrolijk krijst.
C                                                          
Zijn vrouw krijgt haar eerste wee, in 't zaaltje in 't W.G.,
          F
lijkt de baby op zijn vader, wordt het wel een keizersnee, 
         C                       G            C
van een metertje of twee, Amsterdam ho-la-di-jee.

Refrein:
C         F         G             F                C
Big city, big city, big, big city, you're so pretty.


Harikrisjna's op de Dam, douwen in je hand een brieffie, 
hoe je happy leven kan,
zo te zien en volgens mij zijn ze zelf niet zo blij
De haringman staat op zijn stekkie, met een bleek vertrokken bekkie, 
eet hem nou maar op meneer, met die walmen van het verkeer ,
neem u echt niet in de maling, is het zo gerookte paling.
En daar staat een Arabier, eet patat met veel plezier ,
gebakken in, da's interessant, de olie uit zijn vaderland, 
een Engelsman zit shocking klem between de deuren van de tram.
Een dame als een toverfee, in een grote BMW ,
wil je van 't trottoir af racen, 't zal wel een temeier wezen, 
met een vent in de W.W., Amsterdam ho-la-di-jee. 

Refrein

En Thorbecke schudt zijn knar, ziet ze gaan en ziet ze komen, 
hangend aan de volle bar,
lessen zij hun grote dorst aan de barvrouws'  blote borst.
't Wijkgebouw dat staat te trillen, als daar de gitaren gillen,
want de beatband uit de buurt, heeft er weer een zaal gehuurd,
Ome Jaap die trekt gedwee, zijn accordeon in twee.
Tante Jans in de bistro, eet andijvie uit een po, 
waar de trams de hoek om gillen, of ze katten staan te villen,
en je redt je vege lijf, anders word je koud en stijf.
Met al die mensen op een kluit, denk je soms, ik wil er uit, 
eenzaam in je blote billen, door een oerwoud lopen gillen,
nee, dat valt toch ook niet mee, Amsterdam ho-la-di-jee.

Refrein

( categories: )